Op 16 mei 2019 heeft het College van Beroep (CvB) van de Reclame Code Commissie (RCC) een interessante aanbeveling gedaan over misleidende reclame en het gebruik van het woord ‘vanille’ op etiketten van levensmiddelen (CvB RCC 16 mei 2019, nr. 2018/00701-CvB). Het CvB heeft hiermee een beslissing gegeven op de vraag of etiketten mogen verwijzen naar (smaak)stoffen die geen ingrediënt zijn van het product en de vraag of smaakdisclaimers de producent kunnen baten.

 

Feiten

In de procedure bij het CvB, die speelde tussen Foodwatch (een Europese ‘voedselwaakhond’) en Friesland Campina, draaide het om de zuivelproducten van Friesland Campina waarop de tekst ‘Optimel vla Vanille’ is aangebracht. Naast deze tekst, die op de voorkant van het pak stond, werd op meerdere plekken van het etiket het woord ‘vanille’ gebruikt. Op de ingrediëntenlijst is aangegeven dat het product ‘vanille aroma’ bevat. Foodwatch stelt zich op het standpunt dat de productverpakking van Friesland Campina misleidend is aangezien het product geen vanille bevat en het productetiket de gemiddelde consument de misleidende indruk geeft dat het product wél vanille bevat.

 

Oordeel RCC in eerste instantie

De RCC heeft in eerste aanleg geoordeeld dat wanneer een product specifiek naar een ingrediënt is vernoemd, de gemiddelde consument zal verwachten dat het product in zekere mate dit ingrediënt bevat. Vaststaat dat het product van Friesland Campina geen vanille van de vanilleplant bevat, hetgeen niet is af te leiden uit het productetiket. De RCC komt daarom tot de conclusie dat de verpakking de consument kan misleiden ten aanzien van de kenmerken van het product en dat de voedselinformatie misleidend is over de samenstelling van het product. Kortom, de verpakking van Friesland Campina is in strijd met de Europese Etiketteringsverordening en de Nederlandse Reclame Code.

Friesland Campina is tegen deze beslissing in beroep gegaan bij het CvB en voert drie grieven aan tegen het oordeel van de RCC. De belangrijkste klacht tegen de beslissing komt erop neer dat de woorden ‘zachte vanillesmaak’, die zijn opgenomen op de zijkant van de verpakking, volgens Friesland Campina aangemerkt moet worden als een smaakdisclaimer. Volgens Friesland Campina weet of behoort de consument, op basis van deze disclaimer, te weten dat het product niet daadwerkelijk vanille (extracten) bevat, maar slechts naar vanille smaakt. Het gebruik van dergelijke smaakdisclaimers komt vaak voor in de levensmiddelenbranche.

 

Oordeel in Hoger Beroep

Het CvB vat de klachten van Foodwatch samen en stelt dat deze zaak in essentie draait om de vraag of het vermelden van de woorden ‘Vla vanille’ op etiketten van zuivelproducten bij de gemiddelde consument de indruk wekt dat dit product vanille bevat. Het CvB stelt voorop dat de ingrediëntenlijst niet aan het misleidende karakter van de etikettering in de weg staat, indien het etiket in zijn geheel beschouwd de indruk wekt dat het product een ingrediënt bevat dat het in werkelijkheid niet bevat (vgl. HvJEU 4 juni 2015, ECLI:EU:C:2015:361 (Teekanne).

Het CvB stelt verder dat de verpakking omiskenbaar de indruk wekt dat het product vanille bevat, aangezien het specifieke ingrediënt in de naam van het product is opgenomen en het ingrediënt als zodanig op de voorzijde van de verpakking wordt genoemd. Op de voorkant van de verpakking zijn geen mededelingen opgenomen die deze onjuiste indruk kunnen wegnemen bij de consument. Ook uit het feit dat op de achterkant staat dat het product vanille ‘aroma’ bevat kan de gemiddelde consument niet afleiden dat de vanillesmaak wordt veroorzaakt door het gebruik van een aroma dat niet tot vanille te herleiden valt.

Wat betreft de smaakdisclaimer op de zijkant van de verpakking overweegt het CvB dat deze onvoldoende is om de onjuiste indruk te corrigeren. De consument zal de woorden ‘zachte vanillesmaak’ op de zijkant van de verpakking doorgaans niet begrijpen als een mededeling dat het product geen vanille bevat. Als deze woorden als smaakdisclaimer bedoeld waren, dan had het volgens het CvB voor de hand gelegen om de woorden aan te brengen op de voorkant van de verpakking.

Kortom, de misleidende indruk die door de voorkant van de verpakking wordt gewekt wordt onvoldoende gecorrigeerd door de overige mededelingen op de verpakking. Het CvB wijst de grieven van Friesland Campina af en concludeert dat de verpakking van de Friesland Campina producten misleidend is.

 

Commentaar

Met deze beslissing verstrekt het CvB duidelijkheid over het benoemen van ingrediënten op de voorkant van levensmiddelenetiketten wanneer het levensmiddel het desbetreffende ingrediënt niet bevat. Het uitgangspunt is dat het expliciet noemen van een ingrediënt op de voorzijde van een productetiket (zoals in de naam van het product) onmiskenbaar de indruk wekt dat het product dit ingrediënt ook daadwerkelijk bevat. Als het product dit ingrediënt niet bevat, dan is sprake van een misleidende uitlating. Dit is slechts anders wanneer het etiket mededelingen bevat die deze onjuiste indruk bij de gemiddelde consument voldoende corrigeren.

Interessant is om te zien dat het CvB niet gemakkelijk aanneemt dat deze mededelingen zijn te vinden op de pakken van Campina Friesland. Zo is het verwijzen naar ‘vanille aroma’ onvoldoende en is ook het op de zijkant opnemen van de woorden ‘zachte vanillesmaak’ onvoldoende om te kunnen spreken van een effectieve smaakdisclaimer. Het CvB benadrukt met haar uitspraak dat smaakdisclaimers zoveel mogelijk op de voorkant van producten moeten worden aangebracht en dat zij voldoende duidelijk en expliciet moeten zijn om aan de gemiddelde consument duidelijk te maken dat de verwijzing naar het ingrediënt enkel betekent dat het product naar dat ingrediënt smaakt. De smaakdisclaimer moet de consument tevens duidelijk maken dat het product het ingrediënt niet daadwerkelijk bevat. Het CvB heeft met deze uitspraak een duidelijke lijn verstrekt over het gebruik van smaakdisclaimers om misleiding van de consument te voorkomen.